Asymmetrie en recht richten

Elk paardenlichaam is van nature asymmetrisch. Vergelijk het maar met links- en rechtshandigheid van de mens. Deze asymmetrie heeft in de natuur praktische voordelen bij het vluchtgedrag en geeft bij onbelaste beweging (zonder ruiter) geen problemen. Als wij het paard willen gaan berijden zullen we het echter terdege moeten voorbereiden op zijn taak als rijdier. Want als we het paard niet helpen zich symmetrisch te ontwikkelen zal het ons slechts “vervoeren” in zijn scheve houding met het gewicht op de voorhand en een slecht ruggebruik. Met het systematisch recht richten van je paard, kun je de natuurlijke asymmetrie omvormen naar noodzakelijke balans en evenwicht. Dit recht richten kan zowel onder het zadel als aan de hand gebeuren en biedt daarom waardevolle mogelijkheden voor jonge paarden, revaliderende paarden en dieren met lichamelijke problemen.

Recht richten door buiging
Eigenlijk is het principe van recht richten volledig gebaseerd op zuivere buigingsarbeid. Door het maken van voltes en het gaan op twee hoefslagen wordt zowel buiging van lichaam als van de ledematen gevraagd. De holle kant van het paard wordt opgerekt en van de bespiering aan de bolle kant wordt meer contractie
gevraagd. Zo wordt gewerkt aan een evenwichtig spiergebruik en een juist ondertreden van het achterbeen. Pas dan is een paard in staat om zuiver recht te gaan, waarbij de achterhand het spoor van de voorhand volgt.

Herkenbare problemen
Een paard dat niet recht gericht is, zal bij intensief gebruik vroeger of later tegen problemen aan lopen die herkenbaar kunnen zijn door:

- ongelijke aanleuning,
- teugelkreupelheid,
- onregelmatigheid in de bewegingen,
- moeite met nageeflijkheid,
- “vastpakken” van het bit aan één kant,
- kantelen van het hoofd,
- tandenknarsen,
- hoofdschudden,
- de hals niet willen (kunnen) strekken,
- aanspringen in verkeerde galop,
- zeer laterale stap (telgang),
- niet vierkant kunnen halt houden,
- scheef achterwaarts gaan,
- vluchtgedrag/versnellen,
- wegvallen over de binnenschouder,
- verkorte passen,
- gebrek aan takt en impuls.

Veel dressuur- en springpaarden vertonen meerdere van deze symptomen.
Deze signalen kunnen het gevolg zijn van intussen opgebouwde rug- en halsblokkades, overbelasting van het hoefkatrol- en kogelgebied en kissing spines.

 



Werken aan de hand
Werken aan de hand biedt voor paarden met problemen een fantastische mogelijkheid om zich zonder ruitergewicht op een andere manier te ontwikkelen en weer vertrouwen te krijgen. Natuurlijk biedt het werk aan de hand een waardevolle mogelijkheid om het jonge paard voor te bereiden op zijn toekomstige sportcarrière. De overstap naar werken onder het zadel verloopt natuurlijk en stressloos. Spieren, pezen en wervelkolom zijn makkelijker in staat om het ruitergewicht op een juiste manier te dragen en over voor- en achterhand te verdelen. Het op deze manier werken aan de hand is een dankbare trainingsvorm. Je ziet vaak al binnen enkele weken enorme verbeteringen en een gelukkiger paard.